LOGOPEDIE, WAT IS HET?

 

Logopedie is een paramedisch beroep in de gezondheidszorg en het onderwijs. De logopedie houdt zich bezig met de preventie, het onderzoek en de behandelingen van stoornissen en beperkingen op het gebied van spraak, taal, stem en gehoor.
Het woord ‘logopedie’ is samengesteld uit de Griekse woorden ‘logos’ en ‘paidein’. ‘Logos’ staat voor gesproken woord en ‘paidein’ voor opvoeden. Logopedie betekent dus ‘opvoeden tot het gesproken woord’. Vroeger gebruikt men hiervoor wel eens de term ‘spraakleraar’. Logopedie heeft inmiddels een hele ontwikkeling doorgemaakt.
Logopedie houdt ook in: hulpverlening bij stoornissen en beperkingen in de communicatie. Communicatie is meer dan praten alleen. Het omvat vele uitingsvormen, waaronder taal, lezen en schrijven, gebaren, mimiek. Daarnaast wordt eveneens remediërend gewerkt op vlak van schoolse vaardigheden, wanneer een achterstand of stoornis ontstaat in het leerproces (lezen, schrijven, rekenen).
De logopediste die het Tashi-team sinds oktober 2012 versterkt is Lore Vanhee.
Zie TEAM voor een beschrijving van haar studies
WAARVOOR KAN JE BIJ ONS TERECHT?
Spraakstoornissen:
Het betreft hier stoornissen waarbij spraakklanken niet of verkeerd uitgesproken worden. Het kan dus zowel om een weglating, een vervanging of vervorming gaan van één of meerdere spraakklanken. Er kan sprake zijn van een vertraagde spraakontwikkeling bij kinderen. Een aangeboren of verworven aandoening van het zenuwstelsel kan voorkomen bij zowel kinderen als volwassenen. Op latere leeftijd kan logopedie tevens noodzakelijk zijn omwille van een beroepskeuze, waarvoor hogere spreeknormen worden nagestreefd.
Er bestaat een duidelijk verband tussen mondgewoonten en articulatie. Afwijkend mondgedrag, zoals mondademen, duimzuigen en tongpersen (foutief slikken) resulteert vaak in een spraakstoornis. Er is eveneens een verband tussen gebitsafwijkingen en afwijkende mondgewoonten. Het komt wel vaker voor dat de logopedist afwijkende mondgewoonten en articulatie samen behandelt. De orthodontist behandelt dan de gebitsafwijking.
Dysartrie is een spraakstoornis die het gevolg is van een beschadiging van het zenuwstelsel. Deze aandoening verstoort de werking van een of meer spieren die bij het spreken betrokken zijn. Dit betekent dat men woorden en zinnen moeilijk kan uitspreken/articuleren.
Door deze spraakstoornis zijn mensen met dysartrie vaak moeilijk verstaanbaar. De spieren die instaan voor het spreken (nl. die van de lippen, de tong, het gehemelte en de stembanden) en de ademhalingsspieren zijn aangetast waardoor de verstaanbaarheid vermindert. Daarnaast kan ook het slikken verstoord zijn en moeten er eventueel aanpassingen gebeuren in de voeding (bijv. gemalen of gemixte voeding, ingedikte vloeistoffen …). De ernst en de kenmerken van dysartrie verschillen van persoon tot persoon. De problemen kunnen betrekking hebben op de spraak, de stem en/of de ademhaling.
 
Mogelijke spraakproblemen:
- Onduidelijke spraak.
- Klanken worden weggelaten, vervormd of vervangen door andere klanken.
- Te snel of te traag spreken.
- Eentonige spraak.
- Nasale spraak of neusspraak.
 
Mogelijke stemproblemen:
- Hese of schorre stem.
- Te hoog of te laag stemgeluid.
- Te hard of te zacht (krachteloos) spreken.
 
Mogelijke ademhalingsproblemen:
- Op één uitademing te weinig woorden kunnen uitspreken.
- Regelmatig moeten ‘bij-ademen’ of happen naar lucht tijdens het spreken.
- Geforceerd ademhalen.

 
Taalstoornissen:

Voor het verloop van een normale taalontwikkeling dient een kind te beschikken over intacte spraakorganen, goede aandachtsconcentratie, goed gehoor en gezichtsvermogen, normale begaafdheid, voldoende taalaanbod en een goede motorische ontwikkeling. Bij een aantal kinderen kent de taalontwikkeling een vertraagd of afwijkend verloop. Logopedisten spreken dan over een dysfatische ontwikkeling of een primaire taalontwikkelingsstoornis. De stoornis treft zowel de ontwikkeling van de taalvorm (verbuigingen, vervoegingen en zinsbouw), taalinhoud (woordenschat) als taalgebruik.
Afasieis een taalstoornis veroorzaakt door een hersenletsel waarbij het spreken, begrijpen, lezen en schrijven verstoord is. Iedereen gebruikt taal. Praten, het vinden van de juiste woorden, begrijpen, lezen, schrijven en gebaren maken zijn onderdelen van ons taalgebruik. Wanneer als gevolg van een hersenletsel een of meerdere delen van het taalgebruik niet meer goed functioneren, noemt men dat afasie. Afasie (A =niet, fasie = spreken) betekent dus dat iemand niet meer kan zeggen wat hij wil. Hij kan de taal niet meer gebruiken.
In principe heeft een persoon met afasie enkel problemen met het uiten en begrijpen van taal en is zijn denken niet verstoord. Iemand met afasie beschikt over het algemeen over zijn volledige intellectuele capaciteiten. Het kan zijn dat de patiënt dingen zegt die op wartaal lijken, maar dit komt enkel door de stoornis in zijn spreken.
Lees-, schrijf- en rekenstoornissen (dyslexie, dysorthografie en dyscalculie) vinden hun oorsprong in tekorten in het taalvermogen van het kind, terwijl er sprake is van een normale intelligentie. Het kind heeft dan problemen met het omzetten van de gesproken taal in geschreven taal (spellen). Maar ook het omzetten van schrijftaal naar spraak (lezen) verloopt moeilijk. Bij rekenstoornissen is er sprake van een achterstand voor specifieke rekenvaardigheden. In overleg met ouders en school kan een contract met compenserende maatregelen bij specifieke leerstoornissen opgesteld worden.
Dyslexie
Bij sommige kinderen lijkt het wel alsof ze te vroeg beginnen met leren lezen. Ze bezitten niet de rijpheid om tot lezen te komen. Veel problemen van leesgestoorde kinderen kunnen we koppelen aan de thema’s “horen en zien”. Het gaat niet om stoornissen in het oog of het oor zelf, het probleem ligt een stap verder, nl. in de hersengebieden die deze indrukken moeten verwerken.
Kenmerken van leesgestoorde kinderen zijn:
Leesvaardigheid speelt een belangrijke rol in ieders leven. Dit geldt niet alleen voor de lagere school, maar ook in het voortgezet onderwijs en het latere beroepsleven. De basis van de leesvaardigheid wordt reeds gelegd in de derde kleuterklas. In het eerste leerjaar bepaalt het aanvankelijke lezen de evolutie van dit leesproces.
Dysorthografie
Visueel dyslectische kinderen gebruiken vooral de linker hemisfeer (taalhelft van de hersenen) en zijn minder in staat tot waarnemen van ruimtelijke patronen (rechter hemisfeer). Vaak ontbreekt het hen aan een visueel woordbeeld. Dit is vooral hinderlijk wanneer verschillende klanken min of meer op dezelfde manier geschreven worden, vb. ei/ie, ou/au of g/ch.
Bij kinderen met auditieve dyslexie zien we dat klanken zoals v/f, s/ z, eu/ui enz. verwisseld worden. Ook treden moeilijkheden op met open en gesloten lettergrepen.
Het niet integreren van de spellingsregels en tot uiting komen van deze problematiek bij het leren van vreemde talen is een kenmerk van spellingszwakke kinderen. In de praktijk worden ook lees- en spellingsproblemen in het Frans en of Engels behandeld.
Dyscalculie
Er is sprake van een rekenontwikkelingsstoornis wanneer de rekenresultaten, gemeten met een gestandaardiseerde individueel afgenomen test, opvallend onder het verwachte niveau behorend bij de schoolopleiding en de verstandelijke begaafdheid van het kind liggen. Dit probleem interfereert dan in belangrijke mate met de schoolresultaten of de dagelijkse bezigheden waarvoor rekenen vereist is. De rekenproblemen zijn niet het gevolg van een probleem met het zicht, het gehoor of een neurologische stoornis.
Het komt voor dat het kind de inhoud van bewerkingen niet visueel kunnen voorstellen. Het leert de bewerkingen uit het hoofd zonder ze te begrijpen. Vaak komt het niet tot cijferen, kan het de 10 niet overbruggen, heeft het geen inzicht in vraagstukken, mist het inzicht in de structuur van de bewerkingen of heeft het een onvoldoende voorraad aan oplossingssystemen.

Stemstoornissen:
Heesheid of stemverlies kunnen zowel een organische als een functionele oorzaak hebben.
Tot de organische oorzaken rekenen we bijvoorbeeld stembandverlamming en strottenhoofdkanker. De functionele oorzaken zijn verkeerd stemgebruik (foutieve stemtechniek) of stemmisbruik (veelvuldig roepen). Deze functionele stemstoornissen kunnen ook aanleiding geven tot een organische afwijking, zoals stembandknobbels.
Nogal wat beroepssprekers, bijvoorbeeld leerkrachten, krijgen in hun loopbaan te maken met stemstoornissen. De logopedist helpt bij het afbouwen van het foutief stemgebruik en leert juist stemgedrag verder aan.
PRAKTISCH
Een logopedische behandeling gebeurt op doorverwijzing van de school, van het CLB of van een gespecialiseerd arts. Bij een eerste contact worden de problemen en de voorgeschiedenis in kaart gebracht. We brengen u op de hoogte van de praktische werking, de inhoud van het onderzoek, de honoraria en eventuele mogelijkheden tot terugbetaling via het RIZIV of aanvullende verzekering van het ziekenfonds. Verdere medische, psychologische of pedagogische gegevens kunnen in overleg worden opgevraagd.
Vervolgens vindt het diagnostisch onderzoek plaats. De resultaten hiervan en een mogelijk behandelingsplan worden mondeling meegedeeld in combinatie met een schriftelijk verslag. Indien nodig wordt de logopedische therapie opgestart.
Tijdens de behandeling vindt bij schoolgaande kinderen steeds overleg plaats met school en CLB aangaande de te volgen strategie. Halfjaarlijks worden de vorderingen opnieuw in kaart gebracht of vindt een “follow up” onderzoek plaats.
HONORARIA (Geldig vanaf 01/10/2012)

Bilanzitting van minimaal 30 minuten vóór het begin van een logopedische behandeling (logopedisch onderzoek met schriftelijk verslag)
€ 29,63 per half uur (max 5)
Evolutiebilan in de loop van een logopedische behandeling
€ 42,75
Individuele zitting van minimaal 30 minuten
€ 21,17
Individuele zitting van minimaal 60 minuten
€ 42,33
Collectieve zitting van minimaal 30 minuten
€ 10,89


Voor de logopedische therapie is in veel gevallen terugbetaling mogelijk via het RIZIV (75%) of via aanvullende verzekering van uw ziekenfonds. U verkrijgt tijdens het intakegesprek de nodige informatie i.v.m. voorschrijvende artsen en aanvraagformaliteiten.
 
ë